Paradise on earth

Het is maandag 4 mei, vijf voor 8 ‘s avonds.
Ik zit in mijn voiture en kijk naar het beeldscherm van mijn smartphone naar npo 1.
De dam in Amsterdam is zo goed als leeg.
De trompet speelt. Twee minuten stilte volgen. Om mij heen rijden auto’s, fietsen mensen. Er staat iemand voor de supermarkt net als ik. Die is dicht. Vroeger, vanwege dodenherdenking.
Ik kijk naar de kransleggingen en de tranen prikken in mijn ogen. Al die mensen, gestorven voor wat? Ik luister naar de toespraak van de koning. Een eerlijke toespraak over wat werd verzwegen. We lieten het toe en keken ernaar, de mensen die afgevoerd werden. Over zijn grootmoeder in Londen die zweeg ook.
Ik ken een ander oorlogsverleden van mijn ouders in het Japanse interneringskamp. Ook zij zwegen. Het dodelijke zwijgen wat zwaar hangt. Het monddood maken omdat je niet weet waar te beginnen. Te pijnlijk. Maar je voelt het en je weet het als kind onbewust je ouders beschermen. Ik ben gaan praten. Ergens ben ik opgestaan omdat ik de zwaarte niet meer kon dragen. Omdat het lichte engelenkind zich ging roeren. Wilde dansen in de bloemenwei. Misschien dat ik daarom zo van het leven ben gaan houden, van alles wat groeit en zich niks aantrekt van wat de mensen zeggen. Wat zich elk voorjaar openbaart en naar buiten schiet en schatert en meters maakt. Om zich als de herfstregens zich melden langzaam terug te trekken en in winterslaap te zakken. Sluimerend, energie opladend.
Ik heb een paradijs gemaakt. Of het paradijs heeft zichzelf gemaakt van bloemen en planten. Er is geen spatje zwarte aarde, er is geen plekje onbenut. Alles kruipt, klimt, mengt, groeit en bloeit. De wormen, kevers, vlinders, padden, pissebedden, kikkers, vogels, salamanders bewonen mijn tuin. Mijn tuin is blij, ik ben blij. Vrijheid zit in jezelf. Ik laat de verhalen los. Dat kan zomaar. Ik fietste zaterdag met een vriendin en onze handen zochten elkaar na 7 weken geen fysiek contact was dat opeens een bijzonder genieten. Zomaar zoiets gewoons is beseffen hoe dankbaar we mogen zijn met alles wat er is. Het is helemaal niet gewoon. Het paradijs is dichterbij dan je denkt als je het ziet.

Zo is het

Het voelt als gevangen maar mijn veerkrachtige moeder blijft ondanks alles lachen. Heel haar leven. Opgesloten als kind in het kamp en nu in het verpleeghuis beperkte bewegingsvrijheid.
“ik zit aan het hoofd van de tafel”, meldt ze, als de afstand tussen de medebewoners tijdens de maaltijden opgeschroefd wordt. “Er speelt straks een bandje in de binnentuin”, vertelt ze als ik haar bel. “Wat fijn dat je belt”. Mijn moedige moeder. Onze strijd is gestreden. En we hebben gestreden neem dat maar van me aan. Ik heb alles vergeven, alle zogenaamde tekortkomingen in mijn jeugd. Ik heb alles doorleefd, doorvoeld en ach er zullen altijd haken en ogen blijven, maar ik had nooit durven dromen dat die eigenzinnige trotse mooie vrouw, mijn moeder, me zo dierbaar zou zijn.

Het is stil in mij

Het is nooit klaar
Het is pas klaar, als je aan het eind van dit leven bent
Niet wetende wat er dan in een volgend leven op je wacht
Ik ben niet bang
Want weet je, ik heb niets te verliezen
Ik heb alles al en eigenlijk heb ik niks
Ik ben aan het oefenen in loslaten
Het ego wil iets wel en het ego wil iets niet
en ik?
Ik heb het leven te leen
Niets behoort mij
Ik ben aan het teruggeven wat niet van mij is
Ik ben aan het terugnemen wat ik een ander heb aangedaan
In het vergeven van de ander
en in de vergeving van mijzelf
ligt de acceptatie van wat is
Alles en niets is
Het is stil in mij
Ik dans op de golven
Ik leun in de wind
Ik zing naar de hemel
Ik ben een elfenkind
18 december 2019

Koper voor de kookgek

Ze staan me nu nog ingepakt blinkend aan te kijken. Zes schone koperen pannekes die ik bij Falk Culinair in Wespelaar (België) opnieuw heb laten vertinnen. En niet alleen dat, ze zijn ook helemaal schoongemaakt en ogen als nieuw! Dat kost wat, maar dan heb je ook wat.
Eind vorig jaar belandde ik op een braderie nadat ik had besloten om op te stappen bij de stilteretraite waar ik was, maar wel om mijn eigen retraite dat weekend te vervolgen in Epe, daarvoor moest ik dan wel voor mijn eigen eten zorgen. In het dorp was een braderie en ik liep tegen de koperen pannetjes aan. Geen toeval maar geluk. En voor een klein prijsje was ik de trotse eigenaar van steelpannen mét deksels. Maar al gauw bleek dat het koper door de meeste bodems scheen en ik ook nog ermee moest leren koken. Koper geleidt als de beste, maar je moet ze niet te hoog opstoken dan verkleuren ze aan de buitenkant en gaat het tin lopen.
Nu rijst de vraag ga ik die nearly nieuwe pannen te gelde maken want de bodem van de schatkist is in zicht. Of ga ik ze uitpakken en culinaire hoogstandjes in die schoonheden bereiden? Dat laat zich raden voor een kookgek als ik.

Thuis komen

Hesdin by night. Op de marktplaats is het stil. Naast nog een ander Nederlands stel op het terras buiten bij de Globe zitten de Fransen binnen te smikkelen. De moules en frites smaken prima na uren doorgebracht te hebben in de auto. Want nadat de pannekes afgeleverd waren in het voorname huis van de manager director van firma Falk Culinair moest er eerst een pintje gedronken worden in het plaatselijke café wat resulteerde in wat omzwervingen langs Belgische dorpjes en vrolijke sierdieren. En toen kwam de toch nog onvermijdelijke file bij Lille. Maar afijn de vakantie is begonnen en dan is zelfs dat oponthoud een mug waar we geen olifant van gaan maken. Muggen waren er overigens nauwelijks, des te meer hier in mijn cityjungle nu ik zit te schrijven bij het krieken van de dag. Gisteren heb ik verscheidene muggenlarvenpoeltjes vriendelijk over de planten gespoeld. En een begin gemaakt met de tuin fatsoeneren. Dat komt neer op gras maaien, snoeien, stutten, frambozen plukken, de augurkjes water geven in de kas en al die plantjes en diertjes bewonderen die mijn tuin bewonen. Het wordt licht goedemorgen ik ga mijn pannekes uitpakken.

Processen

Als alles anders zou zijn. Als ik Kees zou heten en niet Anneke. Als ik niet zo vaak verhuisd was, als ik wel kinderen had gekregen, als ik niet naar de kunstacademie was gegaan maar wel naar de landbouwhogeschool. Als ik andere ouders had gehad, andere mensen was tegengekomen, andere liefdes had gekend in mijn leven. Maar dat is niet zo. Soms voelt het alsof ik in de verkeerde film zit. Alsof ik een andere rol speel dan ik heb ingestudeerd. Op het hoogtepunt van gelukzaligheid komt de kentering.
Ik heb te veel gedaan en te veel indrukken en me druk gemaakt en nu voel ik het wankelen onder mijn voeten.
Rare dromen en muggen vannacht onder mijn klamboe. Als alles anders was, maar dingen gebeuren nu eenmaal. Soms lijkt alles perfect, momenten van tijdloosheid van totaal verenigd zijn.
Kweenie waarom of wel? Mijn eigen ding doen en me niet storen aan een ander. Ik baal soms zo van mijn gevoeligheid. In Frankrijk is niet zo veel behalve het dagelijkse leven, simpel doen wat er zich voordoet dan word ik vredig en kalm. Hier knettert alles weer tegen mijn kop. En dat vreet gaten in mijn niet zo solide basis en dan hoor ik de woorden van mijn psycholoog: ‘Sommige dingen moet je gewoon niet willen’. En daar zit nu een ander zinnetje bij: ‘ Je moet niet denken dan kan ik weer beginnen’, van de ostheopaat.
Het gaat allemaal over overgave aan dat wat is.
Ik zit in een film en wil een ander spelen. Terwijl ik goed genoeg ben zoals ik ben, en dit moment precies dat is wat er moet zijn.
Ik ga maar eens douchen en de onzekerheid afspoelen.

Koken

En wat maak je dan in die heerlijke keuken met een groot houten aanrechtblok en uitzicht op de tuin. Met een goed gevulde voorraadkelder met allerhande delicatessen uit de omgeving en een fornuis met oven op butagas. 

Niets fijners om te koken als alles onder handbereik is en dan zonder vooropgezet plan en zonder tijdsdruk impulsief te kunnen handelen. Dan ontstaan de mooiste gerechten.

Het licht dat door het raam hier in de keuken naar binnen schijnt bevordert fotogenieke plaatjes. En mijn handen wapperen.

Alleen op de wereld

Goedemorgen wereld. Ik zit aan tafel en kijk uit op de ommuurde voortuin terwijl ik deze foto neem door het geopende raam. De haan kraait in de verte en de regen tikt tegen de bladeren van de perenbomen. En nu is de zon weg en is het grijs. Wat zou ik doen als ik alleen op de wereld was dacht ik toen ik wakker werd. Nou dit, opstaan thee zetten en aan tafel gaan zitten en schrijven. We doen allemaal zo vaak dingen omdat we denken dat ze zo moeten of omdat we gewend zijn om ze nou eenmaal zo te doen. Ik was me er gisteren weer zo bewust van. Ik voelde me ‘s avonds alleen terwijl ik de hele dag samen met mensen was. Ik voelde me alleen omdat ik niet in verbinding was met mezelf. Omdat ik niet altijd zei wat ik eigenlijk wilde zeggen. Dan neemt de controle het over. Ik was de hele dag in strijd met mezelf. Mijn oude ik, die ik zo goed ken en zo graag haar best wil doen en mijn nieuwe ik die de controle kan loslaten en impulsief kan zijn. Ik heb er niets van gemerkt zegt mijn vriend als ik het vertel. Nee want dat kan ik ook heel goed, heel natuurlijk zijn in de rol die ik al jaren beheers. Wanneer ben ik echt eerlijk? Wanneer ben ik echt zuiver mezelf? En wie is dat dan? Of ben ik elke rol die ik speel. Of is het bewustzijn van de rol die ik speel ik? Of is dat wat observeert ik? Dat wat observeert is er altijd. Gisteren in de auto als ik op goed geluk de weg zoek en slingerpaadjes prefereer boven de snelste weg van A naar B en de wijdsheid van de wereld bewonder hier in de graanschuur van Noord Frankrijk ben ik in mijn element. En als de anderen een borrel nemen loop ik naar buiten en stook een vuur in de metalen ton. Het waait lekker dus dat vuurtje brandt snel en het pas gesnoeide hout brandt zo vers als het is op in de welwillende vlammen. Het is nu helemaal grijs geworden buiten. Grijs, nat en fris voor de tijd van het jaar. Ik ben niet alleen op de wereld, gelukkig maar, maar ik doe wel mijn eigen ding alsof en het helpt als ik al die gedachten kan delen en het gaat me vast lukken om in elke situatie steeds meer vanuit mijn authentieke zelf te reageren. Om in verbinding te blijven met mezelf en alle jasjes die ik aangetrokken heb gaan langzaam uit.

Stokbrood

Goeiemorgen wereld. Het is nog fris buiten, de zon moet nog wat beter zijn best doen. Ik wacht op de claxon van de auto van de bakker. Want ik heb zin in een stokbrood. Zo eentje die voornamelijk uit lucht bestaat maar met een heerlijke knisperende krokante buitenkant. En een zachte veel te zoute binnenkant waar ik dan roomboter op smeer én marmite en dat wegspoel met een kop thee.